
Cogito ergo sum, ik denk dus ik ben. Maar wat is denken zonder lopen? Of lopen zonder denken? Of denk ik dat ik een loper ben? Ja dat is inmiddels wel een feit. Na 25 jaar met veel ups en af en toe een kleine down voel ik dat ik niet meer zonder kan en wil.
Alle bladen, boeken, medelopers lijken maar in één ding geïnteresseerd als je begint met (hard)lopen: wanneer loop jij je eerste marathon? Alsof die kunstmatige afstand een soort heilig doel is "wat iedereen in zijn leven toch wel eens gedaan moet hebben". Dat is nu, anno 2009, zo en dat was ook zo halverwege de tachtiger jaren. In 1987 was ik er gevoelig voor en stond ik dus voor het eerst op de Coolsingel aan de start van de marathon in Rotterdam. Er zouden nog vele deelnames volgen in Rotterdam en niet alleen daar maar ook in Amsterdam, Etten Leur, Diever, New York, Leiden enz. Het ging niet erg snel, ook niet heel langzaam, maar ik beleefde er meestal wel erg veel plezier aan.
Toen deed ik in 2000 mee aan de Jungfraumarathon in Zwitserland. Een marathon die vooral berucht is om de 1821 hoogtemeters die naast de ruim 42 kilometer bedwongen moeten worden. Na afloop kon ik maar 1 ding constateren: het viel mee. Ik had me ingesteld op iets veel zwaarders. Het werd dus tijd om eens te kijken naar iets nieuws, iets uitdagends. Als het hoger kon dan zou het ook wel verder kunnen dus kwam ik eind 2000 in contact met Ton Smeets die toen nog veel marathons en 50 kilometer wedstrijden organiseerde in de buurt van Soerendonck. Er volgden een aantal leuke jaren waar ik veel wedstrijden liep en vaak dezelfde gezichten tegenkwam. Allemaal mensen die ook de uitdaging in afstanden voorbij de marathon opzochten en het maakte de wedstrijden vaak extra gezellig om die mensen steeds weer te ontmoeten want als je een gezamenlijke passie hebt raak je niet snel uitgepraat met elkaar.
Begin je eenmaal aan ultralopen dan kom je al snel in aanraking met de ultieme ultraloop: de Spartathlon. Tweehonderdzesenveerig kilometer te overbruggen binnen 36 uur in het vaak warme Griekenland tussen Athene en Sparta met onderweg als extra obstakel de Sangaspas van 1200 meter na 176 kilometer. Een absurd idee om daar ooit aan mee te doen. Maar ja, toen ik voor het eerst hoorde van de 100 kilometer wedstrijden in Winschoten kon ik mij daar ook niets bij voorstellen terwijl ik een jaar of 10 later, in 2004, mijn eerste 100 kilometer wedstrijd voltooide, net binnen 10 uur. Het zaadje was dus gezaaid en ik heb mijn zinnen gezet op het uitlopen binnen de gestelde limiet van de Spartathlon. Er werd een weblog gestart, er werd getraind, er waren teleurstellingen en er waren triomfen, meestal overwinningen op mijzelf, een andere keer zelfs uitmondend in een podiumplaats. Na 2 jaren waarin weinig werd hardgelopen ging het heilige vuur weer branden maar hoe moest ik die voeten van het standbeeld van Leonidas nou bereiken? Het moest meer gestructureerd, planmatiger. Ik bestudeerde de filosofie van RUPS, sprak met Bob en besloot ook een rups te worden. Het is nu bijna een jaar later en ik heb daarvan geen spijt. Met minder trainingskilometers behaal ik nu meer resultaat. De variatie in de trainingen, het toewerken naar wedstrijden en de originele visie van Peter Stein op het fenomeen ultralopen en alles wat daar omheen hangt, het draagt allemaal bij tot meer plezier in het hardlopen.
De route voor de komende jaren is uitgestippeld. Eerst wil ik veel ervaring opdoen in 24 uurslopen en genieten van trails in de Ardennen en Zuid Frankrijk. De wedstrijden zullen steeds langer worden om uiteindelijk uit te monden in een poging te starten aan de voet van de Acropolis in Athene. Een jaartal ga ik hier nog niet op plakken. Ultralopen is heel duidelijk een sport van de lange adem, misschien wel de sport met de langste adem. Korte termijn resultaten bestaan niet dus ik zal met geduld en plezier de weg richting Leonidas vervolgen. De reis is per slot van rekening vaak mooier dan de bestemming. Curro, ergo sum!
Klik
hier om naar de eigen weblog van Jan van de Erve te gaan.